‘Ik ga altijd uit van onkunde bij ouders, niet van onwil’

Lidewey Brinkhof is raadsonderzoeker met adviestaken bij de Raad voor de Kinderbescherming. Als contactpersoon voor hoog-risicocasuïstiek, civiele spoed en uitvoerder civiele spoed is ze bij veel heftige zaken betrokken. Toch krijgt ze niet vaak te maken met agressie. ‘Ik probeer altijd goed te luisteren en heel eerlijk te zijn.’

#F4E2E4

Het voorkomen van agressie en gevaar begint met het organiseren van veiligheid, vertelt Lidewey Brinkhof: “We werken bij zaken met een verhoogd risico op onveiligheid of agressie, zoals een uithuisplaatsing en eerwraak, veel samen met de politie. En op kantoor kunnen we relatief veilig werken doordat we de nodige veiligheidsmaatregelen getroffen hebben. Bij een hoogrisico-gesprek zit een collega of de politie in de ruimte ernaast. En met een druk op de alarmknop zijn de beveiligers snel ter plekke.”

 

Samenwerking zoeken

Voordat je op die knop drukt of de politie moet ingrijpen, ben je zelf een belangrijke factor bij het voorkomen van de vlam in de pan , vindt Brinkhof. “Volledig agressievrij werken is een utopie, maar ik denk wel dat je agressie grotendeels kunt voorkomen. De uitdaging is om met mensen in een samenwerking te komen en dat is niet eenvoudig. De opvoeding van kinderen is sowieso een zwaarbeladen onderwerp, daar zijn ouders snel in geraakt; vooral bij een OTS of uithuisplaatsing is er veel weerstand en emotie. En dat is begrijpelijk.”
Brinkhof heeft affiniteit met situaties waar haar collega’s eerder voor terugdeinzen: “Ik zie er een uitdaging in om met cliënten samen te werken, ook als ze agressief of crimineel zijn. Ik wil tóch een lijntje met ze krijgen. Dat gaat me goed af, ik krijg het vaak voor elkaar om het gesprek te voeren.”

 

Onkunde, geen onwil

Hoe ze dat aanpakt? “Ik kan goed de-escaleren omdat ik aandacht heb voor wat ouders zeggen. Ik ga altijd uit van onkunde bij ouders, niet van onwil. Veel ouders komen zelf uit een gezin met huiselijk geweld of verslaving. Als ze dan ook nog een verstandelijke beperking of psychiatrische problemen hebben, wat kun je dan van ze verwachten? Agressie komt vaak voort uit onbegrip en onmacht, ik wil ouders helpen het te voorkomen. Want zij trekken uiteindelijk aan het kortste eind als ze agressief worden, en daarmee ook het kind. Ik probeer over het gedrag heen te kijken omdat ik in het belang van het kind wil blijven samenwerken. Uiteindelijk wil je dat ouders weer in hun kracht komen zodat ze wél voor hun kind kunnen zorgen. Uiteraard zeg ik wel dat bepaalde dingen niet toelaatbaar of zelfs strafbaar zijn en doe ik aangifte bij ernstige bedreiging en daadwerkelijk geweld.”

Eerlijk en duidelijk

Een tweede advies is om altijd eerlijk en transparant te zijn. “Hoe kun je van ouders verwachten dat ze meewerken als ze niet begrijpen wat je doet? Agressie ontstaat vaak als hulpverleners niet duidelijk zijn. Je moet doen wat je zegt en zeggen wat je doet. Ik verkondig liever een ‘kloteboodschap’ dan dat ik iets niet zeg.”

Ook als je een reactie krijgt die bedreigend aanvoelt, is het belangrijk om eerlijk te blijven: “Ik spreek dat altijd uit. “Ik voel me door jouw opmerking bedreigd. Ik snap dat mensen schrikken van jou.” Vaak hebben ze het niet door, ze zijn gewend om zo met elkaar om te gaan. Het verbaast mij telkens weer dat ik vaak de eerste ben die dit soort dingen tegen ze zegt. Ik heb wel eens een gesprek gehad op het politiebureau met een vader die een ‘grote’ binnen de motorwereld was. Deze meneer ging ontzettend tegen me tekeer, maar in al zijn woede schreeuwde hij: “Je bent wel de enige die eerlijk is en iets tegen mij durft te zeggen”. Ik heb het als compliment onthouden.”

 

Adrenaline als gids

Brinkhof erkent dat het niet altijd haalbaar is om agressie te voorkomen. Daarom blijft ze op haar hoede, al gaat dat deels vanzelf: “Als ik bij mensen aanbel voor een spoedinterventie, komt er adrenaline vrij. Ik sta dan zo op scherp, het lijkt alsof ik een soort extra zintuig inschakel dat alles aanvoelt en vertelt wat ik moet doen: vechten of vluchten. In de eerste jaren van mijn raadswerk had ik langer last van de adrenaline, soms zelfs de dag erna nog. Dat heb ik niet meer, de knop gaat makkelijker om. Maar ik wil de adrenaline wél voelen, ik heb het nodig om goed te kunnen reageren op een situatie. Zo ben ik ben eens gevlucht uit een woning en ik heb het ook wel eens met twee collega’s op een rennen gezet. In een andere situatie ‘vocht’ ik terug. Een vrouw probeerde mij bij de keel te grijpen en ik gaf haar een duw. Je weet eigenlijk pas hoe je reageert als iets je overkomt. Vertrouw in ieder geval altijd op je gevoel.”

 

Ook interessant:

#jeugdhulp #allesinhetwerk

In w er k en en behouden Blijf v oor de jeu g d A ant r ek k elij k e o r g anis a tie Ag r essievrij w er k en Arbeidsmarkteffecten SKJ- re gi s t r a tie Mbo e r s in jeu g dhulp De emancipatie van de professional
In w er k en en behouden Blijf v oor de jeu g d A ant r ek k elij k e o r g anis a tie Ag r essievrij w er k en Arbeidsmarkteffecten SKJ- re gi s t r a tie Mbo e r s in jeu g dhulp De emancipatie van de professional

Om je de beste ervaring te kunnen geven maken wij gebruik van cookies.
Door het gebruiken van onze website ga je hier automatisch mee akkoord.
Wil je meer informatie? Klik dan hier.